Poromies

Schemering, sneeuw, en ik sta stil op de karhuperäntie, een eenzaam weggetje aan de andere kant van het meer. In de sneeuw verse hoefsporen en een dubbele lijn. De paardenkar die zo-even voorbij kwam is al een herinnering, want door de dikke sneeuwvlokken, die in stilte naar beneden dwarrelen, reikt het zicht niet verder dan honderd meter. Daar houdt de wereld op.

Op de weg terug rent een groepje rendieren me tegemoet. Ze merken me pas op als ik vlakbij ze ben. Dan vluchten ze de weg af en zoeken ze beschutting in het moeras. De rendieren zijn eigendom van poromiehet, de rendiermannen. Twee van hen had ik vandaag op mijn poli. De ene kreeg een medicijnenkuur mee naar huis, maar de ander had zo een ernstige longontsteking, dat ik hem voor een paar dagen op de beddenafdeling moest houden, de antibiotica krijgt hij per infuus toegediend.

Rendieren in winters Posio
Rendieren in winters Posio

In de pauze vroeg ik Marit, één van de verpleegkundigen, wat voor werkzaamheden de rendiermannen in deze tijd van het jaar eigenlijk uitvoeren. Het was me opgevallen dat de rendieren nu, bij het ingaan van de winter, in grotere kuddes door de bossen trekken, en enkele kuddes houden zich nu in de buurt van boerderijen op. De rendieren komen nu dagelijks terug bij de rendierhouders, vertelt Marit, want daar krijgen ze voedsel. In ruil voor het voer pikken de rendiermannen enkele dieren uit voor de slacht. Of dat een eerlijke deal is weet ik niet, maar het klinkt me redelijk.

Als ik in mijn eentje over de stille wegen door de sprookjesachtige omgeving loop, komen de dromen vanzelf. Ik zie mezelf als poromies, rendierman. In plaats van me om zieke mensen te bekommeren, onferm ik me over een kudde rendieren. Ik meen wel eens dat het hardlopen voor mij slechts dient als substituut voor het buitenleven. Ik ben opgegroeid in een klein boerderijtje aan de rand van de stad. We hadden geiten, kippen, konijnen en ganzen en later verhuisden we naar een dorp. Daar breidde de veestapel zich uit, we kregen schapen en zelfs een paard. Een winter lang verbleven de koeien van een bevriende boerin bij ons op stal. Dagelijks, voor we naar school gingen, mestten we de stal uit. De mest brachten we met kruiwagens naar een grote hoop achter in de wei. Hoewel we daarna douchten en ontbeten, was ik wel eens bang dat de kinderen op school konden ruiken dat ik de stal had uitgemest, maar nu vraag ik me af of, áls ze ervan wisten, ze niet jaloers waren geweest.

In plaats van het buitenleven koos ik voor de geneeskunde. Het is een keus waar ik nooit spijt van heb gehad, maar toch wordt de droom van het buitenleven steeds sterker, bijna tastbaar. Als ik flink doorwerk, heb ik volgend jaar mijn studieschuld afbetaald, en dan ben ik vrij. Wie weet dokter ik nog een paar jaar door, zodat ik met een veilige buffer poromies word, of misschien blijft dat voor altijd een droom.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s