De geur van regen

Eerst rolde de donder over het door hitte en droogte uitgeputte land. Dreigende stapelwolken hingen bewegingloos in de lucht. Het duurde nog uren voordat de regen viel, en met een korte plensbui was het ook meteen gedaan. Toch was dat meteen voldoende om de poriën van het bos te openen.

Kruidige dampen dringen zich op als ik in de avond een wandeling maak door het bos. Heeft het dit jaar eigenlijk al eens geregend? Sinds het smelten van de sneeuw in mei wachtte ik op de geur van de moerasrozemarijn, een geur die zo vol is, vloeibaar haast, dat je het gevoel krijgt dat je op de lucht kan drijven, maar die geur, waar vorig jaar iedere dag in te drogen hing, was nergens te bekennen. Tot nu dan, nu ruik ik de moerasplant eindelijk, maar het is niet het enige dat in de lucht hangt. Alle planten zijn op hetzelfde idee gekomen, ze vieren de eerste regen van de zomer met de sterkste luchtjes waarover ze beschikken, en al die geuren mengen zich met petrichor dat opstijgt uit de grond.

Zijn het de geuren die me het gevoel geven dat alles is zoals het wezen moet? Is dit een of ander biochemisch proces dat zijn oorsprong vindt in de oertijd, waarin we direct van de weersomstandigheden afhankelijk waren?

Ook het groen is beduidend feller dan de afgelopen weken, het bos heeft een instagramfilter op zichzelf toegepast. Al het blad is schoongespoeld, de bessenstruiken die de grond bedekken, dragen op ieder blad een druppel, en in de berm schitteren duizenden parapluutjes van de bospaardenstaart die met diamantendruppels zijn besprenkeld.

Zou dit vocht voor de bessen en moerasbramen voldoende zijn om zich vol te zuigen, om op te zwellen met vitaminerijk sap?

De stapelwolken, die nog steeds triomfantelijk in de lucht hangen, als zegevierende oorlogsschepen na een zeeslag, krijgen een roze gloed. Ook dat is een teken dat de zomer over haar hoogtepunt heen is, want dat betekent dat de zon ’s nachts niet meer bovenlangs de noordelijke horizon scheert, maar eventjes onderduikt.

Met deze ene regenbui verdwijnt dat de angst dat deze hittegolf een meteorologisch Apocalyps zou blijken, dat een acute verergering van het broeikaseffect de kou voorgoed van onze planeet zou doen verdwijnen en we langzaam, heel langzaam, gegrild zouden worden op de barbecue van mythologische goden waarvan wij dachten dat we ze die met de rede verslagen hadden.

Het geloof in de rede, of beter gezegd in onze redelijkheid, ben ik de afgelopen jaren langzaam kwijtgeraakt, maar dat we nu op de gril van die goden belanden, blijkt niet waar.

Nog niet.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s