Het failliet van Europa

Aan de voet van de Olympus vindt de dramatische implosie plaats van een ideologisch verbond. De Goden zullen er wel om lachen, om dat arme volk dat gebukt gaat onder een schuld die ze door de banken is toegeschoven. Maar die staatsschuld van de Grieken is het grootste probleem niet: de staatsschuld, die hoeft alleen maar kwijtgescholden te worden. Dat mag dan wel ongelukkig klinken, maar volgens de economen is er gewoon geen andere oplossing voor de economische kant van het probleem.

Varoufakis had een inhoudelijk verhaal. Met hem had Griekenland waarschijnlijk de meest deskundige en integere minister die maar denkbaar is aan de onderhandelingstafel, maar hij was zo ontzettend overtuigd van zijn zaak, dat het politieke probleem er alleen maar groter door werd. Zijn deskundigheid en overtuiging leidden er namelijk toe dat de overige spelers niet konden toegeven zonder het risico te lopen door het electoraat als verliezer te worden beschouwd. Omwille van de beeldvorming is hij opzij geschoven. Met die zet gaf Tsipras zijn tegenspeler Dijsselbloem de mogelijkheid zich uit de lastige positie te redden waarin hij zichzelf had gedrongen. Toegeven aan de Grieken zou voor hem politieke zelfmoord zijn, maar met volharden in zijn opstelling van vóór het Griekse referendum, nee = grexit, zou Dijsselbloem de complete Europese economie op het spel zetten. Met het vervangen van zijn minister hoopte Tsipras Dijsselbloem de politieke ruimte te verschaffen om te bewegen in de richting van de enige oplossing die mogelijk is, en die nota bene Varoufakis hem heeft voorgeschoteld.

Integriteit is een eigenschap die we bij politici nauwelijks meer terugzien. Toegegeven, het intelligente brilletje van Dijsselbloem, de korte zwarte krullen met een grijzende glans, de wenkbrauwen die zijn fronsen benadrukken wekken de schijn van integriteit. Maar werkelijke integriteit is een eigenschap die we eerder bij academici dan bij politici treffen. Als politicus was professor Varoufakis dus niet echt op zijn plek. Het had geweldig kunnen werken, als men met integriteit nog raad wist. Maar nee, de Belg Verhofstadt scheen vanmorgen bijvoorbeeld te menen dat de privileges voor reders en de Grieks-Orthodoxe Kerk aan de huidige crisis ten grondslag liggen. Een lachertje natuurlijk, want welk land je ook onder de loep neemt, je vindt altijd wel iets bijzonders waar je je om kunt opwinden.

Het economisch effect van de privileges van de Grieks-Orthodoxe kerk mag dan wel marginaal zijn, het effect van Verhofstadts opmerking moet niet worden onderschat. Want de beeldvorming van Europa, en daarmee ook de besluitvorming, komt tegenwoordig bijna alleen met lachertjes tot stand – maximaal honderdveertig tekens. In politiek en ook in de journalistiek is er bijna geen plaats meer voor relativering. Er is geen journalist die de moeite nam om de opmerking van Verhofstadt in perspectief te plaatsen. In plaats daarvan noemt de NOS hem ‘geëmotioneerd’, wat de lezer dan maar mag interpreteren als ‘oprecht’. Maar zijn die zogenaamde emoties van politici werkelijk oprecht?

Jarenlang gaat de Griekse bevolking reeds gebukt onder hevige bezuinigingen en zogenaamde her- of vervormingen die nauwelijks of zelfs averechts werkten. In Europa heerst er ondertussen boosheid over de Griekse pensioenen. Maar waarom zou je in hemelsnaam de pensioenleeftijd verhogen als er niet eens werk is om mensen bezig te houden? Om te begrijpen waarom de Europese leiders om de problemen heen praten, althans ten overstaan van de media, dient men zich te realiseren dat ze in werkelijkheid niet tegen de Grieken praten, maar tegen hun eigen volk. De onderbuikgevoelens worden zoveel mogelijk uitgebuit ten behoeve van het stemkapitaal. Elke sneer richting de Grieken levert bussen stemmen op. Denk aan Ruttes verkiezingsbelofte: geen cent meer naar de Grieken. Maar in die tijd wist Varoufakis (toen nog professor) al, dat het dieptepunt nog lang niet was bereikt en zelfs Europa uiteen kon drijven.

Zo wordt de democratie uitgehold door lege oneliners die de voorpagina halen – mede dankzij intellectueel onvermogen van een legioen journalisten die enthousiast meetypen met iedere treffende onliner. Voor werkelijke democratie is oprechtheid van politici en kritische houding van journalisten even belangrijk als de vrijheid om te stemmen.

Maar wat bezielt Tsipras undertussen om de clown uit te hangen terwijl zijn volk ligt te creperen? Het antwoord is heel simpel: hij hangt de clown helemaal niet uit. Het is hem en het Griekse volk menens. Tal van economen zijn het erover eens dat nog meer bezuinigen alleen maar averechts werkt. De enige werkelijke oplossing ligt bij andere landen, die moeten de Griekse staatsschuld ten minste deels kwijtschelden. Maar dat gaat er niet van komen, want als de Europese leiders zouden toegeven, gaan de duimen van het electoraat omlaag. Oud-minister Varoufakis schreef hier een sterk stuk over: Merkel heeft twee knoppen: een rode en een gele. Eén van de knoppen redt zowel de Grieken als Europa. Dat weet Merkel, maar die knop zal ze niet drukken. Dat heeft ze zichzelf namelijk onmogelijk gemaakt.

Als we over de Grieken spreken, hebben we het over een volk in de periferie, met zo een tien miljoen koppen. De staatsschuld per persoon is vergelijkbaar met die van Nederland. Het grootste verschil zit ‘m in de inkomsten. Want de gemiddelde Griek verdient nog niet half van wat een Nederlander verdient. De huidige werkeloosheid is dan ook moordend en deels te wijten aan de bezuinigingen die van Europa en het IMF zijn opgedrongen. De opmerkingen van Tsipras, die stelt dat Griekenland vijf jaar een proeflaboratorium is geweest, zijn dus helemaal niet uit de lucht gegrepen. De Griekse crisis is een Europees probleem, zegt hij. Daar heeft hij tenminste ten dele gelijk in: de afgelopen vijf jaar zijn de banken overeind gehouden, en daarmee is het geld uiteindelijk vooral bij de Duitsers terecht gekomen. En wat dan nog, al zou het een Grieks probleem zijn. Wat kan een Griek eraan doen dat hij in Griekenland geboren is? En een willekeurige Nederlander, jij of ik, hebben wij werkelijk invloed op het relatief gunstig economisch klimaat van de laaglanden, of zijn wij slechts parasieten, net als de Grieken?

In Brussel spreekt men over de euro, over geld en schulden, maar nauwelijks over de morele waarden van een Europees verbond. De crisis in Europa is dan ook slechts voor een klein deel een economische van aard. De inhoudelijke democratie staat op het spel, want de beeldvorming, de volksverlakkerij en grote woorden omwille van het electoraat onderwerpen de rede. Waar is de Europese solidariteit? Grieken zijn mensen als jij en ik: ze moeten eten en willen een dak boven het hoofd. Ze werken of zijn op zoek naar werk. Ze hebben zich een loer later draaien door leuchenachtige leiders, net als wij. Op dit moment hebben de Grieken een vriend nodig – maar wij draaien hen de rug toe. Ik zal toch niet de enige zijn die liever een maandsalaris inlevert om de Grieken te helpen hun last te verlichten (en, als we dan toch bezig zijn, nog eens een maandsalaris om vluchtelingen uit oorlogsgebieden een kans te geven in veiligheid een bestaan op te bouwen). Maar politici zijn doof voor idealen, het denken is steeds meer gericht op, de de klank van de munt. Moedeloos zien we toe hoe politici Europa moreel om zeep helpen.

Advertisements

Pleidooi voor het lezen in een andere taal

Meyrueis, Lozère, 26 juni 1977. Warm, bewolkt weer. Ik pak mijn spullen uit mijn auto en zet mijn fiets in elkaar. Vanaf terrasjes kijken toeristen en inwoners toe. Niet-wielrenners. De leegheid van die levens schokt me.

Aan die laatste zin moest ik denken toen ik het pleidooi van Jan van Mersbergen las om van buitenlandse boeken alleen de Nederlandse vertaling te lezen, en ik wil u uitleggen waarom. Van Mersbergen voert verschillende redenen aan om in het Nederlands te lezen. Reden één tot en met drie vormen zijn gebrekkige beheersing van andere talen. Een prima reden, zou ik zeggen, het is precies de reden dat boeken worden vertaald – maar daar laat Van Mersbergen het niet bij. Hij haalt venijnig uit. Zo zegt hij dat niet alleen hij, maar alle Nederlanders die Engels lezen die taal niet voldoende beheersen. Bovendien is het geen onschuldige daad, volgens Van Mersbergen: ze verloochenen hun taal, zegt hij, en dat doen ze voor de status. Die stellingen brengen me bij het terrasje in Meyrueis, Lozère, 26 juni 1977. De Renner van Tim Krabbé. Een van de mannen op het terrasje is Jan van Mersbergen. Hij stoot zijn kameraden aan en wijst naar de wielrenner. ‘Wat een idioot, vinden jullie ook niet? Denkt een beetje stoer te zijn, in zijn wielrennerspakje. Maar weet je wat, wij nemen straks een taxi, dat scheelt een hoop gezweet.’

Zou de renner werkelijk het idee hebben dat hij stoer is? Onzin. Net zo min lezen mensen boeken in het Engels omdat aanzien geeft. Dat houd je misschien een hoofdstuk vol, maar geen heel boek. En zelfs al zouden mensen Engels lezen om stoer te doen, laat ze dan lekker stoer zijn, zou ik zeggen, en lees zelf de vertaling als je dat liever doet.

Maar dat doet Van Mersbergen niet, want Nederlanders nemen nu eenmaal sinds mensenheugenis zichzelf als maatstaf, een reden voor Slauerhoff om niet in Nederland te willen sterven. Bij ons in het dorp was lezen trouwens voor mietjes. Aanzien kreeg je van een mooie auto en het was stoer om een veel grotere kerel een mep te verkopen – verstandig was dat overigens niet.

Zonder mezelf als maatstaf te willen stellen, kan ik u lezen van harte aanbevelen. Lees wat u wilt en hoe u wilt. Maar als schrijvers u gaan vertellen dat u iets niet moet lezen wat wellicht te moeilijk voor u is, dan wil ik u toch een hart onder de riem steken.

Ten eerste wil ik u aanraden het onbekende niet te schuwen. Er zijn hele handige naslagwerken beschikbaar, zogenaamde woordenboeken, die de mystiek van een vreemde taal helpen doorgronden. Natuurlijk blijft het soms behelpen, zeker als u zich nog maar net aan een nieuwe taal waagt, maar oefening baart kunst.

Andere talen dan de moedertaal kunnen lastig zijn, maar dat wil nog niet zeggen dat het ongezond is, dat u een ernstige vorm van kanker krijgt of u eerder doodgaat, zoals bij het roken van een sigaret. Nee, het lezen van vreemde talen is volstrekt veilig, en dat vertel ik u als dokter. Sterker nog, er zijn zelfs aanwijzingen dat meertaligheid gezond is. Het zou de levensduur kunnen verlengen en het ontstaan van dementie vertragen.

Schrijvers als Vladimir Nabokov bewijzen overigens dat je een vreemde taal heel goed eigen kunt maken. Hij schopte het zelfs tot professor en tot grootste taalkunstenaar ooit, misschien wel juist omdat hij migreerde en in een andere taal ging schrijven. Een andere grote taaljongleur is Salman Rushdie, eveneens migrant. Daarnaast zijn er tal van toonaangevende schrijvers die migreerden of in verschillende talen communiceerden, hetgeen te denken geeft dat het beheersen van vreemde talen wat literatuur betreft helemaal geen kwaad kan en zeker niet beperkend werkt.

Nu hoeft u zelf geen Vladimir Nabokov te zijn, want de Nederlandse taal is het kleine broertje van zowel de Engelse en de Duitse taal. Als u bij een Duitse tekst de ogen een beetje toeknijpt, lijkt het net of het in het Nederlands geschreven is. Voor Engels geldt min of meer hetzelfde. Als wij Nederlanders moeilijk gaan lopen doen over Engels, hoeven we ook niet van onze immigranten, veelal afkomstig uit een totaal ander taalgebied, te verwachten dat ze ooit onze taal gaan leren.

Een belangrijk voordeel van het lezen in vreemde talen, is dat uw horizon verbreedt. Vanwege het veel grotere aanbod aan schrijvers, artikelen en boeken, wordt er in het Engels, maar ook in het Duits, veel meer geschreven, en is de kwaliteit van stukken die boven komen drijven vaak veel hoger dan die in de Nederlandse taal. Natuurlijk worden de meest succesvolle boeken (niet per se de beste) naar het Nederlands vertaalt, dus kunt u ze ook in uw eigen taal lezen. Er zijn echter ook tal van artikelen en essays, die nooit vertaald zullen worden. Lees bijvoorbeeld eens wat verslagen van voetbalwedstrijden op de website van The Guardian, dan zul je begrijpen dat de Nederlandse sportverslaggeving (Voetbal International) slechts bruikbaar is om je reet mee af te vegen – iets waartoe normaal wc-papier trouwens veel beter is en nog goedkoper ook. Of mag ik verwijzen naar het essay ‘Why are you still here’ van James Meek over het lot van het Engelse vissersplaatsje Grimsby, in London Review of Books. Misschien heeft u van Grimsby nooit gehoord, maar dat doet er niet toe. Het is een prachtige vertelling dat model staat voor het algemeen wantrouwen jegens de Europese Unie en waar ik u verder niet over ga vertellen want u u kunt het ook gratis lezen op internet.

Je horizon zal niet alleen verbreden doordat er meer en beter te lezen valt in vreemde talen, maar ook omdat het denken in een andere taal ertoe kan leiden dat men gebeurtenissen vanuit een ander perspectief ziet. Dat is waarschijnlijk deels toe te schrijven aan verschillen in grammatica, maar ook doordat in vreemde landen vanzelfsprekend andere kwesties actueel of relevant zijn.

Een andere reden om in de oorspronkelijke taal te lezen, indien je die taal min of meer beheerst, is dat een vertaling altijd zijn beperkingen kent. Niet alleen vanwege nuanceverschillen in betekenis van bepaalde woorden, maar ook doordat schrijvers niet enkel de taal gebruiken om een verhaal te vertellen, maar juist de taal zelf verheffen. Zelfs de beste vertaler kan er niet aan ontkomen zijn eigen interpretatie en smaak mee te geven aan zijn werk – dat ligt niet aan hem.

Maar of u nou puur voor de ontspanning leest, of om de schrijver te leren kennen of om wijzer te worden, uiteindelijk doet u het voor uzelf. Er zijn net zoveel manier om boeken te lezen als manieren om een berg te beklimmen. De renner kiets voor het weggetje met de haarspeldbochten, een luie toerist neemt de auto. Die laatste mag dan wel het beste uitzicht hebben, maar daar heeft de klimmer waarschijnlijk geen boodschap aan.

Lees dus vooral lekker wat en hoe u wilt, laat u inspireren, maar niet ontmoedigen. Wat betreft Jan van Mersbergen wil ik u meegeven: lees hem bij voorkeur in het Nederlands. Hij is de moeite meer dan waard.

Angst

Misschien komt het door de wind die sneeuw brengt, misschien door de kou die in de botten is gekropen of het is de beklemmende duisternis die zijn wurggreep nu wel verzwakt maar zelf zijn we inmiddels ook futloos, moegestreden. Eind januari is de week van de angst. Je had het weerbericht van New York, je had de Groningse politie die een verwarde man onder schot nam en in Hilversum werd groot alarm geslagen toen een student met amper dons op zijn kin maar bewapend met een namaakgeweer met geluidsdemper het journaal probeerde te halen.

Op mijn poli had ik er ook een aantal, angstgevallen, beduidend meer dan anders. Er was angst voor kanker, angst voor de dood en angst voor de man die nog niets wist van de zwangerschap die door kunstmatige inseminatie was ontstaan en inmiddels al zo ver gevorderd was (en het hartje klopte, zo snel!).

Het lijkt of de hele wereld bang is en er is vast en zeker rede toe, maar een ding weet ik zeker: hier doe ik niet aan mee. Er mogen hele redacties overhoopgeschoten worden, er mogen vliegtuigen van de radar verdwijnen, er mogen verwoestende epidemieën uitbreken, ze mogen elkaar met raketten bestoken, de kelen doorsnijden of ze verkrachten de vrouw en laten het kind, dat alles moet toezien, het bloed van zijn vader drinken, maar de angst zal mij niet vatten.

Begrijp me niet verkeerd, ik ben namelijk geen held. Kort geleden nog stond ik met bevende knieën bovenaan de heuvel. De loipe strekte zich voor me uit, met een mooie, golvende lijn naar beneden en daar, in de verre diepte, draaide die naar links. Het is een lastige bocht waar je met een duizelingwekkende snelheid doorheen raast en je moet diep naar links hangen om je evenwicht te bewaren.

Daar stond ik. Het dal lag doodstil onder mij, als een linnen lijkwade zo wit. De schemering zweeg achter een grauw wolkendek en mensen waren er niet. Een raaf vloog traag door de lucht en verdween achter de witte kolommen van het besneeuwde naaldbos. Ik kwam uit de loipe en ging dwars op het pad staan. Met een voet deed ik een pas opzij, in de richting van het dal. Even later volgde de andere voet. Stap voor stap daalde ik zijwaarts van de helling. Ik begon vaart te maken met de passen, maar het mocht niet baten, bovenaan de heuvel verscheen Esa. Snel haalde ik mijn camera tevoorschijn om te doen alsof ik bezig was om foto’s te maken van de sneeuwhaas die over het pad was geschoten en ik zwaaide naar hem. Hij zwaaide terug.

Na de steilste fase van de helling liet ik me alsnog in de loipe glijden en een paar tellen later gleed ik soepel door de bocht. De angst had plaatsgemaakt voor schaamte. Al was ik de hele dag niet gevallen en had ik er een training van drie uur opzitten toen ik thuiskwam, voldoening gaf het niet. Ik was geestelijk afgemat. Ik kookte een eitje en probeerde me in een boek te verdiepen, maar niets kon die dag meer goedmaken.

De volgende dag deed ik het rondje over. Bovenaan de heuvel was van de angst van de dag tevoren niets overgebleven, slechts de schaamte restte. Ik deed of ik de helling niet zag en liet me door de knieën zakken. Met een zachte ‘g’ gleden de latten door de loipe. Ik vouwde mijn handen voor mijn borst en drukte de stokken langs mijn zij, zodat ze achter me in de lucht staken. Naarmate ik aan snelheid won deed de koude lucht meer pijn aan mijn wangen. De bocht kwam dichter en dichter op me af. Ik dacht aan de sneeuwscooters die ik eerder had gezien, precies in de bocht kruist hun route die van mij, wist ik. Van de loipe zou daar nog maar weinig zijn overgebleven, maar ik had geen tijd om daarbij stil te staan, de bocht naderde als een komeet. Geforceerd helde ik naar links, zo probeerde ik tegenwicht te bieden aan de snelheid en de bocht die me naar rechts trokken. Met mijn rechterbeen drukte ik hard naar buiten tegen de opstaande rand van de loipe en ik verschoof mijn zwaartepunt nog iets verder naar links.

Opeens maakte ik een driedubbele rol. De latten kwamen daarbij in onmogelijke knoop met mijn benen. Ik had een enorme klap gemaakt maar het deed geen zeer. Een man kwam net door de bocht omhoog, hij had me zien vallen. Ik klopte de sneeuw van me af en mompelde een groet. Een kleine honderd meter verderop hield ik even stil om op adem te komen. Ik keek om en zag hoe de man van daarnet halverwege de helling omkeerde en beheerst door de bocht draaide. Meewarig schudde ik het hoofd.

De pijn van de val kwam pas een dag later. Het was pijn van beurse spieren en het was de pijn van roekeloosheid. Gedurende twee dagen kon ik mijn arm nauwelijks heffen, maar het was een pijn die me tevreden stelde, want het is tien maal beter om keihard te vallen dan aan de angst toe te geven en sierlijk door de bocht te glijden.

Schemering op de Kirintövaara
Schemering op de Kirintövaara


Een eenzaam protest

Terwijl in Parijs honderdduizenden mensen samenstromen, begeef ik me naar het marktplein van Posio, ons dorp in Fins Lapland. Het is ruim twintig graden onder nul, maar de wind van de afgelopen dagen is gaan liggen. Met drie broeken over elkaar is het vandaag goed te doen. Dwars over het plein, dat bedekt is door een halve meter sneeuw, is een baan sneeuwvrij gemaakt. Ook bij de papier- en vuilniscontainers is de sneeuw geruimd, maar aan de andere kant van het plein liggen er grote bergen van aangeschoven sneeuw. Het houten theater, op de hoek van het plein, is gesloten – zoals altijd.

Het is al donker. Het plein is niet verlicht, maar de weg aan de zijkant ervan wel. En er zijn sterren. Er is de Grote Beer en de Poolster en er zijn nog tal van sterren die zich buiten constellaties lijken te bevinden maar dat komt omdat de avond nog vroeg is. Ik loop op en neer over de sneeuwvrije baan op het plein. Af en toe speur ik de hemel af op een spoor van de poollichten, dan weer dwaalt mijn blik over de berken aan de rand van het plein met de dikke sneeuwklodders op hun takken.

Een vleugje wind snijdt me in het gezicht. Mijn lippen en wangen zijn bevroren. Ik trek de muts dieper over het hoofd en vraagt me af wat ik hier eigenlijk doe. Was ik onderweg naar de supermarkt, aan de andere kant van het plein? Dan mag ik wel haast maken want die sluit op zondag om zes uur. Of ben ik hier uit saamhorigheid, om te demonstreren voor vrede en tegen terrorisme? In dat laatste geval ben ik hier de enige. Zojuist kwam er wel een oud vrouwtje langs, maar zij is dementerend en heeft geen idee in welke tijd we leven, weet ik, want ze is laatst nog op mijn polikliniek geweest.

Had ik me dan naar Helsinki moeten begeven? Dat ligt duizend kilometer zuidelijker en daar hebben zich niet meer dan tweehonderd mensen verzameld. In elk geval valt daar wat te neuken, en daar is het de meeste demonstranten natuurlijk om te doen. Demonstreren in de schaduw van de verschrikkelijke geschiedenis en dan neuken uit saamhorigheid. Dat geldt vast niet voor iedereen, want ik kan me niet voorstellen dat Hollande en Merkel, …, nee, die hebben vast en zeker politieke bijbedoelingen.

Wat zou ik nou bij een demonstratie te zoeken hebben? Ik kom thuis niets tekort en Posio is trouwens de meest vreedzame plek die ik me kan indenken. In de winter blijven de mensen zoveel mogelijk binnen, en in de zomer is men zo blij met de zon die wekenlang niet ondergaat, dat men helemaal geen benul heeft van de geschiedenis die zich voorbij de horizon afspeelt.

Politiek is typisch iets voor het stadsvolk, voor mensen die te dicht op elkaar wonen en daar zo zenuwachtig van worden, dat ze elkaar het licht in de ogen niet gunnen. Hier in Posio vind je een kerkje maar geen moskee of synagoge. Ik ben atheïst en woon ongetrouwd samen maar daar heb ik nog niets kwaads over gehoord. Posio is een heel tolerant dorp. Cartoonisten, terroristen en schreeuwende politici kennen we hier niet. Wel was er laatst een journalist, maar die kwam vanwege een gift. Op de begrafenis van een overleden patiënt was door familieleden geld ingezameld en daarvan kochten ze een televisiescherm voor op de afdeling van het gezondheidscentrum. Dat was een mooie gelegenheid om het lokale krantje van enige inhoud te voorzien.

De kou dringt langzaam door de kledinglagen heen en ik heb er genoeg van. Stel nu dat je helemaal niet wilt neuken en ook geen politieke bijbedoelingen hebt, waarom zou je dan gaan demonstreren, vraag ik me af. Je kunt toch ook prima tegen terrorisme zijn en voor vrede, zonder aan demonstraties mee te doen? Moest je de kranten nou eens zien! Op internet maakte het NRC een waar feest van de aanslagen in Parijs. ‘Drie dagen angst. Wat weten we nu?’ kopte de krant vanochtend nog op het internet. Al drie dagen lang vulde Parijs de voorpagina van de website, en nog steeds was alles live te volgen, alsof het de Tour de France betrof. Al die sensatiegeilheid en het gebruik van termen als ‘angst’ zijn koren op de molen van de terrorist. Juist door zulke kranten en door aandacht op sociale media bereiken de terroristen precies wat ze willen. Invloed. Maatschappelijke chantage. Het internet is misschien wel het sterkste wapen van het moderne moslimterrorisme.

Het is trouwens nog maar de vraag of moslimterrorisme een goede term is. Veel moslims vragen uitdrukkelijk om het terrorisme los te zien van hun geloof. Dat wil ik best doen, maar ik vraag me af of het terecht is. Men zou de moslim namelijk ook kunnen antwoorden: jij kiest toch zelf voor dat geloof? Natuurlijk wil ik ‘de moslim om de hoek’ (fictief, hier in Posio), niet de schuld van de terrorist in de schoenen schuiven, want ieder mens is slechts verantwoordelijk voor zijn eigen daden. Als God zou bestaan, zou Hij zeker ter verantwoording moeten worden geroepen, maar in mijn perceptie is het geloof in God een abstractie vermenigvuldigd met een niet-bestaandheid – het behoeft wel enorme kunstgrepen om aan zo iets dergelijks iets op te hangen. Aan de andere kant vormen religies en stromingen binnen religies sinds mensenheugenis al een belangrijke factor in allerlei conflicten en bovendien zijn het juist de terroristen die geweld aan hun religie koppelen. Misschien moeten we dan maar pragmatisch zijn: je zou kunnen veronderstellen dat we met het ontkoppelen van geweld en het geloof, de kwaadwillende moslim moreel ontwapenen.

Als het kwaad niet in de religie zit, waardoor komt het dan dat in de zeer recente geschiedenis juist moslimjongeren ontsporen? Geen lastige vraag, bedenk ik me terwijl ik de huissleutel opdiep uit een zakje in de onderste broek: sinds Pim Fortuyn hebben de moslims van alles de schuld gekregen, net als de joden in de eerste helft van de vorige eeuw. Terrorisme is een van de vele manieren om tegen zulke morele onderdrukking in het verweer te komen – gelukkig laten de meeste moslims zien dat het ook op andere manieren kan.

Binnengekomen neem ik mijn langlaufski’s en stokken in de arm en dan vertrek ik voor een koude en eenzame vredesmars door het bos. Een echte demonstratie wordt het niet, want ik weet niet waarvoor of waartegen ik eigenlijk demonstreer. Via internet zijn we dan wel getuige van de geschiedenis, maar zijn we er ook deelgenoot van? Is de geschiedenis misschien een kwaadaardig monster waarbij je maar beter uit de buurt kunt blijven? De moraal is wat ons mens maakt, maar vrede lijkt soms wel voorbehouden aan de plekken waar de mens zich niet vertoont. Is de moraal dan een brouwsel van giftige ingrediënten? Is vrede niet gewoon dat je de ander laat begaan, ook als hij iets doet wat in strijd is met jouw moraal?

Vrijheid van religie is trouwens een leugen, niet door gebrek aan tolerantie, maar doordat mensen hun religie niet bewust uitgekozen hebben, meen ik, als ik me tegen de zwaartekracht in langs een steile helling naar boven werk. Nu werk ik, maar straks mag ik glijden. Meestal is religie met de paplepel ingegoten, in andere gevallen is het misschien een kwestie van hersenspoeling of psychiatrische ziektebeelden. Verleden jaar had ik op de afdeling een jongeman die ‘tot religie was gekomen’ zoals je dat in het Fins zegt. Ook had hij hoofdpijn. Ik vertrouwde het niet en haalde de neuroloog erbij. Die liet een MRI-onderzoek verrichten en zo werd hersentumor gediagnosticeerd.

Maar dat zegt niets over de moslim die als moslim geboren is, die gelooft omdat hij niet anders kan en misschien wel niet anders kan omdat er mensen zijn die hem het geloof af willen nemen. Het geloof als verdedigingsbolwerk, om niet moreel te worden geëxploiteerd. Zo zijn de cartoonist en de moslim morele bondgenoten, want het enige wat ze verlangen is werkelijk vrij te zijn, denk ik, en ik realiseer me plotseling dat ik het ondanks de kou warm heb gekregen.

Kerstgedachte

Wonend in Lapland, dichtbij de poolcirkel, is het me wel duidelijk wat er met kerst te vieren valt. Even voor kerst is de kortste dag van het jaar, de zon ontstijgt de horizon nog geen halve graad. Vanaf de kerst lengen de dagen in rap tempo, tot over een half jaar de langste dag drie weken duurt.

In Nederland hield ik niet zoveel van de kerst. In mijn kindertijd hadden we een kerstboom en een doos vol kerstspullen. Van al die blinkende sieraden in de doos vond ik de piek het mooiste, maar om onbegrijpelijke redenen moest de piek in de doos blijven, de kerstboom bleef piekloos. Voor de rest associeer ik de kerst met verdrietige kerstverhalen zoals De Kerststal van Knötelö, door Aart Staartjes ingesproken op LP, en met onbenullige onenigheden bij het kerstdiner. Voor de gelovigen is er tenminste nog het heilige schijnsel van de geboorte van Jezus, maar ik ben schoon van geloof opgevoed en kan me aan die Goddelijkheid niet warmen.

Maar stel nu, dat ik op een dag zou besluiten in God te geloven. Tot welke God moet ik me dan wenden? Ik moet alle Heilige boeken lezen om de juiste keuze te maken. Voor zover religie los staat van tradities, gaat het over geloof, dus zal ik het meest geloofwaardige Boek uitkiezen.

Na het lezen van de Boeken is het me al gauw duidelijk dat er één God is, want daar zijn de Koran, de Bijbel en de Thora het over eens. De Boeken laten verrassend weinig los over de aard van God, en op de achterflap ontbreekt een afbeelding waardoor we zouden kunnen zeggen: kijk, Allah heeft flaporen, Jaweh kijkt een beetje scheel en de christelijke God heeft een kromme neus. God laat zich slechts definiëren naar zijn werk, als een kunstenaar die geen interviews geeft; God is de schepper van de wereld, zeggen de Boeken, er is één wereld, en dus is Jaweh God, God is Allah en Allah is Jaweh.

Met deze drieëenheid lijkt de Godskwestie opgelost. Joden, Christenen en Islamieten aanbidden dezelfde God, namelijk de God van Abraham. Toch brengen de Boeken me enigszins in verwarring, want waarom laat één en dezelfde God drie verschillende Boeken na die verdeling (vergeef me dit eufemisme) zaaien?

Het is moeilijk om een keuze te maken voor een van de Boeken. Voor elk van de Boeken valt wel iets te zeggen, maar er valt evenveel tegenin te brengen, want ze handelen niet alleen over liefde, maar ook over geweld en onderdrukking met een neiging naar verbanning van andersdenkenden. De keuze zou misschien niet zorgvuldiger maar wel gemakkelijker zijn, als een religie me met de paplepel was ingegoten, of als Hij op een Heilig Moment zou verschijnen om me te wijzen welk Boek het juiste is.

Maar zo een Heilig Moment is slechts uitverkorenen gegund, en tot hen behoor ik blijkbaar niet. Ik lees alleen verhalen waar mijn verstand niet bij kan en wetten die in strijd zijn met die van mijn hart. Na het lezen van de Boeken schud ik slechts in verwarring mijn hoofd. Maar wat nu, denk ik opeens, als juist die verwarring mijn Heilige Moment is? Liet Hij ons de Heilige Boeken na om ons iets duidelijk te maken? Het verstand en het hart kregen we immers ook van Hem. Het verstand zegt me, dat het bestaan van drie verschillende Heilige Boeken slechts de bedoeling kan hebben om de mens te duiden dat we in Boeken geen wijsheid moeten zoeken, het geschreven woord is een leugen. Zonder de Boeken kan men een zuiver leven leiden, zonder hart en verstand niet.

Waak voor Russofobie

In de Nederlandse schaatsploeg heerst twijfel: moet men naar Rusland afreizen voor de EK Allround, of is het beter van niet? Coach Jan van Veen heeft alvast een keuze gemaakt, hij laat de EK aan zich voorbij gaan vanwege de rol die Rusland speelt op het internationale toneel.

Dat is een verademing. In de sport is het namelijk lange tijd de mode geweest om de moraal opzij te schuiven. Dat kun je de sporter moeilijk kwalijk nemen, want topsport is individualisme pur sang en bovendien is topsport nauw verweven met nationalisme: topsporters kunnen daardoor internationaal bruggen bouwen als politici niet meer met elkaar kunnen praten.

Maar als een leider kampioenschappen naar zich toetrekt om het nationalisme verder te voeden, dient men voorzichtig te worden, want dan dreigt de sporter een politiek wapen te worden. Dat is het statement van schaatscoach Van Veen: sport is politiek. Het is dus goed dat er sporters zijn die bereid zijn om hun eigen sportieve belang opzij te zetten in dienst van het maatschappelijk belang.

Aan de oprechtheid van de schaatsers twijfel ik niet. Coach Van Veen noemde de buitenlandse politiek van Rusland als reden om van het reisje Rusland af te zien. Marijn de Vries noemde in haar column een andere reden: het geïnstitutionaliseerde gebruik van doping om Russische sporters op het wereldtoneel te laten presteren.

Er zijn genoeg redenen voor een kritische houding jegens Rusland en zijn leider Poetin, maar de Finse premier Alexander Stubb waarschuwde onlangs voor overdreven Russofobie. En daar zit wat in: de ‘foute zaken’ in Rusland krijgen in de Westerse kranten onevenredig veel aandacht, terwijl de positieve zaken, zoals bijvoorbeeld het politiek asiel van Edward Snowden, met louter scepsis worden ontvangen.

Er is het een en ander af te dingen op de kritiek jegens Rusland. In het Westen was bijvoorbeeld recent veel aandacht voor de invoering van een wet die homo- ‘propaganda’ verbiedt, omdat die wet kan worden misbruikt om homoseksualiteit zelf te bestraffen. Dit is vooralsnog echter nog niet gebeurd – slechts een handvol mensen is tot een geldboete veroordeeld na pro-homoseksuele uitingen in de media. Homoseksualiteit is in Rusland niet verboden, maar wel in tal van andere landen, waaronder Qatar, waar in 2022 het WK voetbal zal plaatsvinden.

De Russische betrekkingen met Oekraïne zijn uiteraard zorgelijk, maar ik begrijp niet goed waarom Europa niet instemt met verkiezingen in Oost-Oekraïne over eventuele onafhankelijkheid. Met een beetje moeite moeten zelfs daar toch wel eerlijke verkiezingen zijn te organiseren? Als het land werkelijk zo gespleten is, waarom moeten we de boel dan met geweld bij elkaar houden? Of gaat het ons helemaal niet om de Oekraïners, maar om de Europese invloedssfeer? Is het dan een banale krachtsmeting tussen Rusland en Europa over de ruggen van de bewoners, met schuld aan beide kanten?

Persoonlijk maak ik me net zoveel zorgen om Rusland, als om de anti-Russische eensgezindheid van de Westerse media. De Russische kranten schrijven wat Poetin wilt lezen, de Europese kranten schrijven wat wij willen lezen. Kritiek op Rusland scoort, een zelfkritische houding in het Russisch-Europees conflict kan op weinig sympathie rekenen. Zo hebben wij in Europa geen censuur nodig – die leggen we onszelf wel op. Zo was er bijvoorbeeld nauwelijks kritiek op de sancties tegen Rusland, die toch weinig democratisch zijn te noemen. Waarom ontbreekt bijvoorbeeld de naam van Roman Abramovitsj op de zwarte lijst Russen? Hij is een van de welvarendste en invloedrijkste Russen en een vertrouweling van Poetin. Het is een interessante, maar geen moeilijke vraag, want Abramovitsj is tevens eigenaar van de Engelse voetbalclub Chelsea. Tel maar na wat een boycot voor maatschappelijke impact zou hebben – ook het brave Europa gebruikt de sport dus als politiek wapen.

Europa zondigt bovendien nog meer: de grenzen zijn voor vreemdelingen hermetisch afgesloten, zodat jaarlijks duizenden mensen sterven in een poging Europa over zee te bereiken- we menen dat het onze verantwoordelijkheid niet is, maar wiens schuld is het dan wel? In de Verenigde Staten is de doodstraf, die in Rusland al lang is afgeschaft, nog steeds dagelijkse praktijk. Onlangs werd duidelijk dat de Verenigde Staten gebruik maakt van verschrikkelijke martelmethoden. Toch verwacht ik niet dat de Europese leiders hun Amerikaanse collega gaan opbellen om hun zorgen te uiten, laat staan dat we gaan overwegen om de Verenigde Staten te boycotten.

Waar ligt dan de grens? Wat accepteren we en wanneer moeten we een land boycotten? In hoeverre staat sport los van politiek? Twijfel is het beste antwoord op dergelijke vragen, schreef Wilfried de Jong. Ik ben het met hem eens, want in veel gevallen dient de sport prima om culturen te overbruggen en om mensenrechten te verspreiden.

Een van de problemen is, dat in bijna iedere sport kampioenschappen min of meer te koop zijn. Doordat er geen plafond is vastgesteld in wat een kampioenschap mag kosten, is de kandidaat met het grootste budget meestal degene die het kampioenschap mag organiseren. Qatar en Rusland zijn momenteel de landen die bereid zijn flink in de buidel te tasten om kampioenschappen te organiseren. Zouden er redelijke plafonds worden ingesteld, dan zouden sportieve en maatschappelijke belangen een grotere rol gaan spelen in de toewijzing van kampioenschappen en worden sporters niet zo gemakkelijk betrokken in het politieke spel.

Terugkomend bij de schaatsers, omarm ik, net als Wilfried de Jong, hun twijfel. Een kritische houding is altijd goed, er zijn geen gemakkelijke antwoorden in moeilijke kwesties. Twijfel is misschien geen antwoord op een vraag, maar wel de bevestiging ervan.

Open brief aan de voorzitter van de Atletiekunie

Beste Theo Hoex,

met groot ongenoegen heb ik zojuist vernomen dat de internationale atletiekfederatie IAAF heeft besloten dat de WK atletiek in 2019 zullen plaatsvinden in Doha, de hoofdstad van Qatar.

Het kan u niet ontgaan zijn dat Qatar op dit moment openlijk verdacht wordt van het WK voetbal van 2022 op oneigenlijke wijze te hebben bemachtigd. Vandaag verscheen in het nieuws, kort na de bekendmaking van de keuze van de IAAF, bovendien het bericht dat José María Odriozola, voorzitter van de Spaanse atletiekbond RFEA, scherpe kritiek heeft geuit op de toewijzing van de WK atletiek aan Doha, waarbij de WK met zo’n 28 miljoen euro zouden zijn gekocht.

Bovendien werd deze week bekendgemaakt dat Qatar op de vierde plaats van de slaveryindex staat. Er zijn internationaal grote zorgen over de werkomstandigheden van de bouw van de voetbalstadions voor het WK voetbal, er vallen duizenden doden en er zou sprake zijn van onderbetaalde en gedwongen arbeid.

Gezien deze bijzonderheden vind ik het uiterst kwalijk en bovendien verdacht dat de IAAF heeft gekozen voor Doha.

Ik wil u hierbij vragen om namens mij, en waarschijnlijk vele andere Nederlandse atleten

  • er bij de IAAF op aan te dringen dit besluit terug te draaien vanwege de bijzondere omstandigheden hierboven benoemd.
  • onderzoek te laten doen naar de vraag op welke manier dit besluit van IAAF tot stand is gekomen, aangezien er op het eerste gezicht een sterke verdenking op omkoping is.
  • indien ondanks bovenstaande bezwaren de keuze voor Doha gehandhaafd blijft, erop toe te zien dat de werkomstandigheden van arbeiders die bij de voorbereidingen van de wereldkampioenschappen betrokken zijn, zodanig zijn, dat er geen onnodige slachtoffers zullen vallen en er geen gebruik wordt gemaakt van onderbetaalde of gedwongen arbeid, zodat onze atleten met een zuiver geweten kunnen deelnemen aan de kampioenschappen.