Forest Shadows

In Lapland, spring is not the absence of winter and summer, like in milder climates, but their coexistence. Days are long and often full of sunshine, but at the same time, the country is still covered in snow and at clear nights there’s a good chance to see the polar lights. Even though needles of the pines and spruces are again green (in stead of nearly colourless in the dark season), Laplands spring forests are optimal for black and white photography due to the playful shapes of shadows on snow covered ground.

Metsän varjot 1 (Rovaniemi, March 31st, 2018)
Metsän varjot 2 (Rovaniemi, March 31st 2018)
Metsän varjot 3 (Rovaniemi, April 1st, 2018)
Metsän varjot 4 (Rovaniemi, April 1st, 2018)

Ruska

In Finland, the colourful phase of autumn is called ruska. In one month time, all nearly all leaves change colour. In Rovaniemi, a town located on the polar circle in Finnish Lapland, the onset is in early September, when birches  rapidly turn yellow. Simultaneously, poplars burst out in burning red flames, and soon also the rowans, already carrying bunches of blood red berries, change into orange and red.

Early ruska, (Vaattunkiköngäs, September 2017)

Those who have walked through the forests and watchedg out over the hills during the vividly coloured phase of full blown ruska, will forever be enchanted by Lapland.

Forest flames (Rovaniemi, September 2017)

Tapio is the mythic keeper of the forest.

Tapio’s Gift

Rosebay willowherb can be found throughout the boreal forests. Because of her abundance, her beauty can easily be overlooked. But then, during ruska, the street girl shows her beauty!

As suddenly as they have come, the colors fade away at the end of the month. Most birches are naked and deprived, other still carry some golden coins. But the sadness of this phase of the autumn has its own beauty. In the next picture, I tried to catch the mood of October.

October Mood

De Zangzwaan

Nog steeds is de wereld wit, maar lang zal het niet meer duren. De zon komt voor vijven op en gaat pas tegen een uur of tien onder, middernacht is het nog niet echt donker. Afgelopen zaterdag wandelde ik door het bos, toen ik de klanken hoorde waar ik zo lang had gewacht, de trompetachtige muziek van een zangzwanenpaar (Cygnus musicus).

Cygnus musicus

Vandaag schreef de krant Lapin Kansa, het Lapse volk, echter dat het nog altijd winter is, de lente is al twee weken later dan gewoonlijk. Volgens de weermannen is het pas lente als het blijvend boven nul is. Dat is het nog niet, maar er vallen gaten in het wit en de trompet van de zanzwaan klinkt uit de lucht. Voor mij is de lente al aangebroken.

Het nog bevroren meer Sierijärvi, eind april 2017

In mei wandel ik regelmatig naar het nabijgelegen meertje Suonukkalampi, dat tegen het eind van de maand eindelijk ontdooit. In de morgen zit het vrouwtje op haar nest aan de overkant van het meer, het mannetje drijft in de buurt om de wacht te houden. Ze merken me wel op, maar kennelijk is de afstand groot genoeg. Later op de dag dobberen ze allebei. Af en toe slaan met de vleugels in het water, waarmee ze zichzelf een douche bezorgen, en dan heffen ze de borst in de lucht. De dans is zo betoverend, dat ze me telkens teruglokt naar dat meer in het bos.

Zwanendans

In mijn volgende boek, Achter de rug van God, dat eind juni bij De Arbeiderspers verschijnt, schrijf ik over de periode dat ik als arts werkte in Posio, een klein dorpje in Lapland. Het is een boek over de kleine wereld van het dorp en de grote wereld daarbuiten, over de liefde, over ouderdom, ziekte en dood. De mythologie, hardlopen en langlaufen verbinden alles met elkaar. Ook vertel ik in het boek over wat de zangzwaan voor mij betekent.

Zangzwanenvlucht